Exposities
De rol van de vrouw
Texelse boerinnen waren hun gewicht in goud waard. Ze kaasden en maakten boter en verdienden daarmee ongeveer de helft van de inkomsten van de boerderij.
Daarnaast mestten ze de varkens vet, voerden kippen en het jongvee, verwerkten in de herfst de slacht en de inmaak, bakten brood en kookten eten, naaiden en verstelden kleding en beddengoed, breiden, hielden de boerderij schoon, witten de muren in het voorjaar en hielpen ’s zomers met de hooioogst.
Tot en met de 19e eeuw overleden vrouwen nog wel eens in het kraambed. Een boer hertrouwde dan zo snel mogelijk, want een huishoudster, toen een meid genoemd, kostte geld en kon de benen nemen. Een goed kazende echtgenote bracht geld op, ze bleef en samen zorgden ze voor nageslacht, dus continuïteit van het bedrijf.
Texelaars in het leger van de Paus: de "Zoeaaf"
Op een stormachtige zondag in 1866 vertrok de toen 29 jarige Texelaar Cornelis Witte per boot uit de haven van Oudeschild. Hij werd zoeaaf, soldaat in het leger van de Paus. Enkele jaren patrouilleerde Cornelis Witte door de bergen rond Rome, op zoek naar rovers, lekker eten, schone kleren, prachtige kerken, goede wijn en ander avontuur. Zelden zag hij de soldaten van Garibaldi, de gevreesde Italiaanse veldheer die Rome en de zoeaven belaagde.
Hier is het rustig voor het oog, maar het broeit en smeult als maar voort, zo schreef Witte. Nog 6 Texelaars volgden Cornelis Witte en namen dienst in het leger van de Paus, voor God en op zoek naar avontuur. De verhalen van Cornelis Witte, zijn dagboek, uniform en achtergrondinformatie treft u hier aan.
Smederij
Het museum beschikt over een volledig ingerichte historische en hedendaagse smederij. De oorspronkelijk, meer dan 100 jaar oude smederij van Paagman stond bij de kruising Nieuwlanderweg – Pontweg. Toen deze eenmaal was verhuisd naar ons museum in De Waal en aangevuld was met gereedschappen en modellen van andere smeden op Texel, was de legendarische Jan Kiljan de eerste smid in het museum.
In de smederij brandt het oorspronkelijke smidsvuur waarmee vroeger de ijzeren banden om de wagenwielen werden gekneld en hoefijzers op maat werden gemaakt.
Er is een indrukwekkende opstelling van verschillende werktuigen (slijpsteen, zaagmachine, boor en draaibank) die met behulp van lange aandrijfriemen door 1 elektromotor worden aangedreven.
Elke dinsdag- en woensdagmiddag (14.00 – 16.00 uur) vinden er demonstraties plaats.
IJspret
Vroeger, toen er nog echte winters waren, werd het paard op scherp gezet: er werden stiften, zogenaamde kalkoenen, in de hoefijzers geschroefd; daarmee stond het paard beter op het ijs en kon het niet uitglijden: het had grip op het ijs. De arrenslee werd van zolder gehaald en afgestofd, het bellentuig opgepoetst en de pluimen zorgvuldig op het tuig bevestigd. Warme kleding aan, paard inspannen en rijden maar! Soms een wedstrijd ringsteken of in optocht over Texel.
Er waren duwsleden, de zogenaamde kreupels. Daarin zaten 1 of meer mensen, lekker warm ingepakt; de kreupel werd voortgeduwd door een schaatser. Ook werd er (soms door volwassenen) gesleed: soms met een prikslee met stokken.
Op het ijs was soms een KOEK EN ZOPIE. Daar werd warme chocola geschonken met een stuk Texelse blauwe koek of kleikoek erbij. Die tijden herleven bij ons: wij hebben warme chocola en authentieke Texelse kleikoek. Beide te koop in onze kantine.
Zuivelbereiding (schapenkaas en -boter)
Wanneer de lammeren geen moedermelk meer nodig hebben, kan die melk gebruikt worden om schapenkaas en –boter te maken. Het schapen melken en de kaas- en boterbereiding was vroeger een taak voor de boerin.
Pas in de 19e eeuw gingen de Texelse boeren zelf schapen melken. De zuivelbereiding bleef het domein van de boerin, tot rond 1980, toen de schapen machinaal gemolken werden en de zuivelbereiding ook een taak voor de boer werd.
Koetsen, rijtuigen en boerenwagens
Het huidige museum is een kleine 50 jaren geleden opgericht als een wagenmuseum. Het heeft landelijke bekendheid gekregen vanwege de unieke verzameling wagens voor vervoer van personen, vee en landbouwproducten.
Alle rijtuigen, koetsen en wagens hebben hun dienst op Texel gedaan.
Naast deze originelen is er ook een grote verzameling van zeer natuurgetrouwe en enorm kundig gebouwde modellen van wagens.
Rundveehouderij
Tot ver in de 19e eeuw werd er op de Texelse boerenbedrijven slechts 1 tot 5 melkkoeien gehouden in allerlei kleurslagen. Het meeste rundvee werd gehouden voor de vetweiderij (voor de vleesconsumptie) en voor de aanfok van jong melkvee ten behoeve van de gespecialiseerde melkveebedrijven in Noord-Holland.
Pas met de oprichting van de zuivelfabrieken rond 1900 werd speciaal voor de melkproductie gefokt. Sinds die tijd hebben de Texelse boeren een uitstekende reputatie als fokker van zwartbont melkvee.
Vanaf ca. 1995 stapten er als gevolg van de Europese landbouwpolitiek weer enkele veehouders over van melkvee op zoogkoeien/vleeskoeien en zo kwamen er weer allerlei kleurslagen rundvee op Texel, zoals u op foto’s en schilderijen kunt zien. Een van onze rondleiders weet er nog veel meer van te vertellen, onder andere over zijn eigen melkvee.
Schapenhouderij
Texel wordt vooral geassocieerd met schapenteelt: Texel, Schapeneiland. Het Texelse schapenras "de Tesselaar" is wereldbekend. Ooit waren de schapenkaasjes en de wol de belangrijkste exportproducten van Texel. De Texelse schapenkaas was al in de middeleeuwen ver buiten Texel beroemd. Tegenwoordig wordt de schapenteelt vooral voor zuivelproductie (kaas) en consumptie (lamsvlees) gehouden omdat het scheren van schapen inmiddels bijna evenveel kost als de wol opbrengt.
In het museum wordt een film getoond van de schapenhouderij op Texel omstreeks 1948.
Daarnaast kan iedereen zien hoe de Texelse Pielsteert – het oude Texelse schapenras – in de loop der tijd is ontwikkeld. Hierover weten onze rondleiders nog veel meer te vertellen.
Paardentuigen
In het museum is een grote hoeveelheid paardentuigen uitgestald. Op Texel waren paarden zeer belangrijk als trekdier voor de werkzaamheden op het land. Hierover wordt een interessante film vertoond.
Vlasteelt
Vlasteelt is een bijna vergeten teelt op Texel. In de Middeleeuwen werd er vlas geteeld en verwerkt op Texel. Tot in de 18e eeuw waren er spinsters en gespecialiseerde wol- en linnenwevers op het eiland. De Weverstraat in Den Burg herinnert daar nog aan. Dat linnen, lijnwaad, werd verwerkt tot bedlinnen en onderkleding. Daarna verdwenen de linnenwevers met het vlas van Texel. Met de komst van Zeeuwse boeren in de pas bedijkte polder Eierland verscheen in 1838 het vlas weer op Texel. Toen daarna de massale import van katoen op gang kwam,was het afgelopen met de vlasteelt op Texel.
In onze expositie wordt in woord en beeld getoond hoe die vlasteelt in zijn werk ging. De eindproducten, in de vorm van thuis genaaid en versierd linnengoed laten zien dat die vroegere boerinnen ook dat werk tot in de puntjes beheersten.
Binnenplaats
Op weg naar de kleine authentieke stolp komt de bezoeker over de binnenplaats. Daar zijn een aantal bezienswaardigheden. Het meest opvallende ornament is ongetwijfeld de monumentale perenboom. Als deze in het voorjaar in bloei staat is sprake van een ongelooflijke pracht.
Ook op de binnenplaats de voor Texel zo kenmerkende "Tuunwoal", de uit grasplaggen gestapelde wallen die als afscheiding tussen de weilanden dienen. Hier is te zien hoe zo’n Tuunwoal wordt gebouwd.
Verder een ouderwetse "poepdoos" of plee, een houten huisje dat op afstand van het huis stond en een originele houten pomp voor de watervoorziening in de stolp.
Tenslotte staat er nog een opslag van iepenhout ten dienste van de wagenmakerij.
Stolpboerderij
In de authentieke stolpboerderij is te zien hoe agrariërs rond 1900 leefden. De koestal, het keukentje, het achterhuis waar de was gedaan werd en de woonkamer met bedsteden bevonden zich in een, naar huidige maatstaven gemeten, kleine ruimte. In het hooivak staat een ouderwetse broedmachine.
Op de deel, met een originele lemen dorsvloer, staat de grote lammerenwagen klaar om de lammeren naar de markt in Den Burg of de lammerenboot op de haven van Oudeschild te brengen. Daarnaast werd kaas en boter gemaakt.
Wagenmakerij
Op Texel werkten diverse wagenmakers. Iets daarvan is te proeven in onze wagenmakerij met originele werktuigen, gereedschappen, mallen en matrijzen.
Ze maakten driewielde mestkarren, kruiwagens, hooiwagens en rijtuigen, maar ook een bokkenwagen voor de kinderen van een rijke schapenboer. Die spanden er dan geen bok, maar een schaap voor. Smeden en wagenmakers werkten altijd samen: de smeden maakten de ijzeren banden om de wielen van de wagenmaker en leverden al het ijzerwerk.
Strijd tegen het water
Sinds mensenheugenis voert Texel strijd tegen het water. Te zien is hoe vanaf de hoge, droge keileembult poldertje na poldertje op de zee bevochten werd, totdat in de 19e eeuw enkele grote polders ingepolderd werden.
Eerst met kruiwagens, driewielde karren, zand, klei en zeegras. Vanaf de 18e eeuw beschermden grote stenen uit Scandinavië het buitentalud van de dijk, tegenwoordig stortsteen en asfalt. In het museum wordt getoond dat steenzetters slimme mannetjesputters waren.
U kunt zien hoe een dijk opgebouwd wordt en hoe de waterhuishouding in de polders wordt geregeld. En tenslotte tonen we u de gevolgen van de watersnoodramp in 1953 op Texel.